Nieuwe RICS ESG-richtlijn per direct van kracht
De 4e editie van de RICS-richtlijn ESG and sustainability in commercial property valuation is vanaf 30 april 2026 officieel van kracht. In maart bespraken we al wat er inhoudelijk verandert voor taxateurs. Nu de ingangsdatum is gepasseerd, verschuift de vraag naar hoe dit zich vertaalt naar het werk dat taxateurs opleveren.
De inhoudelijke kern is bekend: ESG hoort in de taxatie als het waarderelevant is. De richtlijn scherpt vooral aan hoe je dat aantoont: scheiding tussen waardering en ESG-advies, marktbewijs voor waarde-effecten, traceerbare capex/opex-aannames, een gestructureerd KPI-kader, en voor het eerst EU-specifieke guidance met verwijzingen naar SFDR, EU Taxonomy en EPBD.
Wat betekent dat concreet per vandaag? Voor de meeste taxateurs verandert er op korte termijn weinig in de uitkomst van een taxatie. De waarde van een gebouw verandert niet doordat een richtlijn vandaag in werking treedt. Wat wél verandert, is de lat voor onderbouwing. Opdrachtgevers zoals banken, fondsen, institutionele beleggers gaan de komende maanden hun uitvragen aanscherpen omdat hun eigen rapportageketen erom vraagt. De RICS-richtlijn geeft hen een referentiekader om naar te wijzen.
Drie aanscherpingen die deze maand het verschil maken
Ten eerste: leg de scope vast. Maak in opdracht en rapportage expliciet wat ESG-gerelateerd binnen de waardering valt en wat aanvullend advies is. Dit is de meest onderschatte aanscherping in de 4e editie en tegelijk de makkelijkste om vandaag al door te voeren.
Ten tweede: behandel ESG-data als bewijs. Een passage over een energielabel of een EPBD-traject is geen onderbouwing. Onderbouwing is: waar zie je het terug in huur, yield, leegstand, kosten of risico. En als je het niet ziet, waarom niet. Wie dat consistent vastlegt, bouwt over taxaties heen een dataset op die het werk juist makkelijker maakt.
Ten derde: maak de uitvraag herhaalbaar. Een vaste set waarderelevante ESG-vragen per assettype voorkomt dat je elke opdracht opnieuw begint.