Van waterdieptekaart naar gebouwmaatregel
Op 8 september presenteerde DGBC nieuwe landelijke waterdieptekaarten. Ze laten zien hoeveel water op straat kan komen te staan na korte, extreme regen. Met een resolutie van vijftig bij vijftig centimeter wordt het beeld rondom een gebouw gedetailleerder. Voor vastgoedeigenaren biedt dat aanleiding om de kwetsbaarheid van hun pand opnieuw te beoordelen.
DGBC wijst daarbij op een belangrijke vervolgstap: de eigenschappen van het gebouw zelf onderzoeken. De hoogte van een drempel kan bijvoorbeeld bepalend zijn voor de vraag of water naar binnen kan komen. Een kaart geeft daarmee richting aan een beoordeling op locatie. De mogelijke schade in een specifiek pand vraagt aanvullend onderzoek.
Voor een technisch assetmanager begint dat onderzoek bij de plekken waar water het gebouw zou kunnen bereiken. Denk aan een laaggelegen entree. Leg vast hoe de aansluiting op het omliggende terrein eruitziet en welke hoogteverschillen ter plaatse zijn gemeten. Bewaar bij die informatie ook de datum van de opname. Na een verbouwing of herinrichting van het terrein moet duidelijk zijn welke gegevens opnieuw gecontroleerd moeten worden.
Vervolgens verdient de mogelijke impact aandacht. Stel dat achter die entree een technische ruimte ligt waarvan meerdere huurders afhankelijk zijn. Dan vraagt dezelfde waterdiepte om een andere afweging dan bij een ruimte die tijdelijk buiten gebruik kan blijven. Dat is een illustratief voorbeeld: de feitelijke beoordeling blijft afhankelijk van de situatie in het gebouw.
Zo ontstaat een gerichte opdracht voor de adviseur. Die kan beoordelen welke ingreep passend is en welke onzekerheid eerst moet worden onderzocht. De eigenaar krijgt vervolgens een onderbouwd voorstel, met een herkenbare relatie tussen het geconstateerde risico en de voorgestelde maatregel. Ook de afweging om voorlopig te monitoren moet later terug te vinden zijn.
Na uitvoering volgt een nieuwe beheeropgave. Een maatregel moet bruikbaar blijven gedurende de exploitatie. Als de werking afhangt van periodieke controle, hoort die controle een verantwoordelijke te krijgen. Leg ook vast welk bewijs nodig is om te beoordelen of de maatregel nog functioneert. Daarmee kan een opvolgende beheerder verder werken vanuit dezelfde onderbouwing.
Voor een portefeuille helpt het om deze werkwijze op dezelfde manier vast te leggen. De aandacht kan dan eerst naar gebouwen waar de mogelijke impact groot is en de beschikbare informatie nog tekortschiet. Een uitgevoerde inspectie wordt zo onderdeel van een doorlopend besluitvormingsproces, met zicht op de resterende onzekerheden.
Blue Module richt zich op de digitale infrastructuur voor dat doorlopende beheer van gebouwprestaties. Betrouwbare gebouwinformatie ondersteunt het werk van adviseurs en technisch assetmanagers. Bij wateroverlast ligt de waarde in de verbinding tussen een extern signaal en de opvolging in het eigen gebouw. De nieuwe kaarten bieden een concreet moment om die verbinding te organiseren.
Beeld: Klimaateffectatlas