‘Wat als een gebouw te gezond is?’
Met die vraag opende Jan Willem de Graaf, CTO van Blue Module, zijn bijdrage op 29 juni tijdens Data gedreven aansturing voor Gezondere Gebouwen, een event van de Healthy Building Movement en Binnenklimaat Nederland op de TU/e. Samen met Arie den Hartog (AirTeq) deelde hij een aantal praktijkvoorbeelden.
Zijn belangrijkste punt: een gebouw dat technisch perfect scoort, kan alsnog onnodig veel energie verstoken. Dat raakt aan het thema dat deze middag vaker terugkwam. Veel organisaties meten al CO₂, temperatuur en luchtvochtigheid. Maar die data wordt nog te weinig gebruikt om daadwerkelijk bij te sturen. Het probleem is niet het meten, maar het begrijpen: wat betekenen de cijfers, en wat doe je ermee?
De mens als sensor
Begrijpen begint bij de gebruiker. Daarom hield Jan Willem het publiek een tweede idee voor: gebruik de mens als sensor. Technische metingen vertellen je wat een installatie doet. Of een gebouw ook echt comfortabel en efficiënt is, blijkt pas als je de ervaring van gebruikers meeweegt. Een klacht is in die zin gewoon data. Een gebouw dat op papier in orde lijkt maar waar mensen zich niet prettig voelen, stuurt op de verkeerde signalen.
Met EPBD IV en het Binnenklimaatlabel wordt die stap urgenter. De norm verschuift van het aantonen van een gezond binnenklimaat naar het ook aantoonbaar efficiënt houden. Comfort en energie worden dan twee kanten van dezelfde sturing in plaats van losse doelen. Daar zit precies de opgave voor de komende jaren: van meten naar begrijpen, en van begrijpen naar sturen. Zo krijg je niet alleen meer data, maar ook betere beslissingen.